Ik heb Rood/Witte bloedlichaampies!!

Jaja, die titel is geen goede ABN-one-liner. Maar who cares? Het is de Rotterdamse variant van ‘een Feyenoord-hart’. Met enige regelmaat zie je zo’n een berichtje voorbij komen, soms zelfs op TV, van Feyenoorders die proberen uit te leggen wat het Feyenoord-gevoel is. Feyenoorders die daarbij de fout maken door te zeggen: “Feyenoorder word je niet, dat ben je”. Klinklare onzin natuurlijk!

Een Feyenoorder gaat voor het elftal, maar ook voor de club, en ook voor het stadion, en ook voor de sfeer en voor het verleden…”

Bron: “De Coolsingel bleef leeg”

Het doet wat mij betreft afbreuk aan de magie van de club. Een volksclub is geen elite-clubje waarin je per toeval geboren kan worden. Een volksclub is een club waarbij de deur voor iedereen open staat! De groep Feyenoorders dat met de paplepel krijgt ingegoten voor welke club ze moeten zijn is groot. Dat hoort namelijk bij een volksclub. De groep Feyenoorders die, onverwacht, Feyenoorder worden is nog vele malen groter! Verhalen van jonge kinderen, tieners, volwassenen en opa’tjes / oma’tjes die op hun leeftijd voor het eerst naar De Kuip gaan en geraakt worden met de betovering zijn legio(en). Het Feyenoord-gevoel is terug te vinden in De Kuip: knus, kort op elkaar. Waar je ook zit, alles lijkt binnen handbereik. Wie één keer in De Kuip is geweest is verkocht. Daar hoef je niet mee geboren te worden.

Het Feyenoord-gevoel is wat ons betreft zoals de Feyenoord-supporters zijn: Fanatiek, wars van andere clubs en invloeden van buitenaf. Wij moeten geen capo op een verhoging. Een opper-supporter met een megafoon. Wat Feyenoord groot maakt is dat ‘ze’ door het hele stadion zitten. Die supporters die alleen voor Feyenoord komen. Zelfs als er geen tegenstander komt dan zijn ze er, zijn wij er, met duizenden bij een training of bij een geheime oefenwedstrijd. Het Feyenoord-gevoel is ook zoals Royston Drenthe de Feyenoord-supporters herinnert:

Oer-Feyenoorder Fred Blankemeijer sprak ooit de magische woorden: “Een leven met Feyenoord, is een mooi leven”. Dát ene zinnetje is waarschijnlijk de puurste beschrijving van het Feyenoord-gevoel. Het Feyenoord-gevoel is zo veelzijdig. Het Feyenoord-gevoel is eigenlijk niks, maar het is ook alles… Het maakt niet uit of je van ver komt of uit Rotterdam. Of je zwart bent, wit of geel. Of je een dikke neus hebt, of juist niet. Of je platzak bent of zwemt in het geld. Feyenoord is, in tegenstelling tot wat sommige mensen vinden en denken, van iedereen / voor iedereen. Dat is het Feyenoord-gevoel, of dat was het, en zou het moeten wezen…

La familia. Hand in Hand, Kameraden!

1914 – Vuil, stenen en sinaasappelschillen

Feyenoord wordt tegenwoordig wel wat gevreesd in Europa. De enorme hooliganschare van de club, een machtig leger dat kan groeien tot boven de duizend man, en de enorme groep supporters die mee kan reizen naar het buitenland hebben Feyenoord een naam gegeven van één van Europa’s fanatiekste supporters. Tel daar de rellen in Duitsland, Frankrijk en waar niet bij op, en de naam van een ‘hooliganclub’ is geboren. Maar de eerste stenen vlogen al veel eerder rond op Zuid.

Deze opname in den N.V.B. geschiedde met het verzoek, er bij thuiswedstrijden steeds voor te zorgen, dat er politie aanwezig was. In de gedachte van de kopstukken heerschte destijds dan ook de meening, dat men in dat Zuidelijke Rotterdam barbaren ontmoette……….!”

Jubileumboek 1908 – 1933

Vaak wordt gesteld dat hooliganisme in Nederland is geboren in 1974, toen Feyenoord tegen de Spurs speelde om de UEFA Cup. In het stadion braken rellen uit en werden zelfs gewonden afgevoerd; het moderne, massale hooliganisme had Nederland bereikt. In de jaren daarna groeiden Vak S (Feyenoord), North Side (FC Den Haag), Bunnik Side (FC Utrecht) en de F-Side (Ajax). Toch komen rellen al veel eerder voor; er zijn verhalen bekend van een bestorming van het uitvak (Vak GG) eind jaren zestig, maar ook veel eerder werd er al geknokt bij Feyenoord. Begin jaren dertig zouden supporters van Sparta en Feyenoord in gevecht met elkaar en daarna de politie zijn gekomen. Maar al veel eerder vlogen de stenen (en sinaasappelschillen) rond op Zuid.

Op 8 februari 1914 speelt Feyenoord tegen Fortuna uit Vlaardingen. Rood en wit tegen rood en geel, een regionale derby, hoewel vrijwel alle wedstrijden dat toen waren door de regionale indeling van de competitie. Fortuna-supporter Kees Rietveld, een onderwijzer, doet verslag in Ons Orgaan, vermoedelijk het clubblad van de haringkoppen. Hij beschrijft, met enig afgrijzen, hoe zijn club ontvangen wordt op het gemeentelijke terrein op Zuid: “‘Ziezo’, zei hij, ‘nauw zal je zien, hoe die dubbele haringkoppen in de pan gehakt worden, want winnen hier tegen Feyenoord, bestaat niet’”, maakt Rietveld op uit de mond van een man “wiens neus uitwees, dat hij meer gebruikte dan passelijk is”.

Feyenoord wint echter niet, het verliest met 1-2, en na de wedstrijd duikt Rietveld het kleedlokaal van de Vlaardingers, in een café, in, en doet verslag van wat volgt:

“Dit kleedlokaal werd door een troep afgunstigen gebarricadeerd en terwijl de Fortunaspelers zich aan het verkleden waren, kon men niet nalaten van buiten de ramen op te schuiven en sinaasappelschillen en vuil naar binnen te gooien. Na een goed halfuur in de herberg vertoefd te hebben, waren wij voor de aftocht reisvaardig. Aldra bleek, dat deze aftocht nog niet mee zou vallen. Nauwelijks waren wij buitengekomen, of een zee van scheldwoorden was ons deel, maar dat hinderde ons niet. Het hinderde meer toen men met vuil en stenen ging gooien. Zo veel als in mijn vermogen was, maande ik allen aan niets terug te doen, wat een goede uitwerking had. (…) Na de weg als martelaren die gestenigd werden te hebben afgelegd, bereikten wij de overzetboot, die voor ons een veilige haven was.”

Bijna honderd jaar geleden werd er dus al met stenen gegooid bij Feyenoord. Rot-ter-dam hoo-li-gans?

Mark – Leven met Feyenoord

Waarom spelen wij in rood/wit?

Het zal jullie waarschijnlijk niet verbazen, maar gisteren vanavond moest ik ineens aan onze prachtige clubkleuren denken. Dat is niet geheel zonder toeval, want sinds gisteren is er een speciale collectables pagina toegevoegd aan de webshop met retro-vintage Feyenoord-shirts! Op de pagina onder andere een complete set uit het seizoen 2003 – 2004. Dat setje deed mij denken aan een nieuwsbericht uit de internet-oudheid. In 2004 interviewde het wereldwijd gerespecteerde voetbalmagazine Revista een beroemde Braziliaanse designer: Moshe. Op zichzelf natuurlijk totaal onbelangrijk, ware het niet dat het interview ging over de mooiste voetbal-trikots aller tijden. In zijn all-time top 11 noemde hij het shirt van het nationale elftal van Kroatie en de clubs Junior (Colombia), Blackburn Rovers, AEK Athene, Sporting Lissabon, Boavista, Galatasaray, Parma, Athletic de Bilbao, Milan… en je voelt hem al aankomen: ons eigen Rotterdamse Feyenoord!

Celertias 1910 - Voorloper van Feyenoord - Teamfoto

Het clubcostuum moest bestaan uit een rood shirt met blauwe mouwen en een witte broek, daar men met den naam ook met de kleuren nationaal wilde zijn.

Jubileumboek 25 jarig bestaan, 1908 – 1933

Niet slecht voor een club die, laten we eerlijk zijn, in het buitenland toch een beetje in de vergetelheid is geraakt door de sportieve prestaties (of eigenlijk het ontbreken daarvan). Hoe dan ook, al dat rood/wit deed mij afvragen: waarom speelt Feyenoord in het rood/wit? Voetbalshirts zijn net als de voetbalsport over komen waaien uit Engeland. Legio clubs in de hele wereld hebben kleuren geadopteerd van Engelse clubs. Feyenoord speelde bijvoorbeeld bij de oprichting in 1908 de eerste jaren in het Claret & Blue van o.a. West Ham United en Aston Villa onder de naam: Wilhelmina. Vanwege een fusie wijzigde de clubnaam naar Celeritas en ging men een tijdje in het Geel/Zwart gestreept. Waar die kleuren vandaan kwamen is ons totaal onbekend. Oude boeken maken ons vooralsnog niet veel wijzer. Echt origineel was het in elk geval allemaal niet… Voetbalshirts, moet u weten, zijn afgeleid van de oude Engelse ‘heraldiek’. Heraldiek is een eeuwenoud gebruik waarbij stammen/families zich onderscheiden van elkaar door het voeren van eigen kleuren(combinaties) in combinatie met een symbool, meestal een dier, mythisch wezen of een plant.

Dat doet en deed ons Feyenoord allemaal niet. De club van de eenvoudige mensen, club van het volk is “gewoon rood/wit”. De kleuren rood/wit hebben in de heraldiek trouwens wel een bijzondere betekenis: Rood (Gules is de heraldische term, red.) staat voor robijnen óf het hemelse lichaam Mars, en laat Mars nou net één van de voorgestelde namen zijn toen de leden van Celeritas in 1912 een nieuwe naam moesten kiezen. De kleur wit/zilver (Argent is de heraldische term, red.) staat voor juwelen/parels of de maan. ‘Parels van Mars’. We weten dat er tenminste twee leden waren volgens de vergaderverslagen van toen die stemden op de naam Mars (tegenover 21 voor Feijenoord). Wellicht waren die twee de leden met een naaimachine thuis?

Voor zover we nu na konden gaan staat er nergens iets in de boeken over de herkomst van onze huidige kleuren-combinatie. Een logische verklaring zou zijn de naamswijziging, maar waar de naam wijzigde in 1912 naar R.V.V. Feijenoord, deden de clubkleuren dat niet. De naam Feyenoord vinden we voor het eerst terug in de boeken van de Nationale Voetbalbond. “Feyenoord te Rotterdam, Speelterrein: Afrikaanderplein, Kleedlokaal: Joubertstraat 65”. Clubkleuren staan er niet bij vermeld. Als we Feyenoord’s boeken en foto-archief erop naslaan dan zien we dat in het seizoen 1912-’13 en tenminste de rest van 1913 ‘gewoon’ in de geel-zwarte strepen van Celeritas werd gespeeld. Dit kunnen we misschien wel verklaren: In die periode moesten voetballers zelf hun shirt (laten) maken. Aangezien twee seizoenen eerder op geel/zwart was overgestapt, waren de moeders van de eerste Feyenoorders waarschijnlijk niet zo content met wederom een nieuwe wijziging in clubnaam en clubkleuren. Saillant detail: Een clublogo ontbrak in 1908 ook! Het eerste logo dat we tegenkomen is op een kampioensvlag van 1921 (afdelingskampioen). En heeft, behalve dat het rond is en letters bevat, weinig weg van het huidige Feyenoord-logo dat al sinds de jaren 50 vrijwel identiek is gebleven.

Kortom: Voor nu eindigt deze zoektocht in een perfecte Professor Feyenoord finale-vraag: Waarom speelt Feyenoord in Rood/Wit? Binnenkort gaan we weer eens verder pluizen, want het kan toch niet zijn dat één van de 11 mooiste voetbal-trikots aller tijden “gewoon rood/wit” is?

Feyenoord-Rotterdam-1914

Ze horen wél bij het voetbal!!

U kent het wel: De modetrend die alle andere trends in de stadions overbodig maakt: Met je vriendin naar het voetbal. Modepoppetjes die de hele wedstrijd staan te kleppen en te doen. Voor Feyenoord komen ze niet, maar manlief mag ook niet zonder vrouw naar Feyenoord toe. Pakjes wiki worden uitgedeeld. Zakjes snoep gaan het vak over. Doosjes om de neus te poederen (niet erin, maar erop) inclusief spiegeltjes met andere make-up-waren komen geregeld voorbij. Bovenal lachen ze hardop als die ene gast, die zijn vriendin wel gewoon heeft thuisgelaten, zich bijzonder druk maakt over een arbitrale dwaling. Ongetwijfeld voortgekomen uit het feit dat ze zelf niet snappen waarom de scheidsrechter dan-wel-niet een hi-ha-hondenlul is. Voor de goede orde; we hebben het niet over Vak P, E en zelfs niet Vak O. We hebben het over een steeds groter wordende groep dames op de voormalig beruchte vakken: R,S,T en X.

Begrijp ons niet verkeerd: Natuurlijk kunnen wij genieten van vrouwelijk schoon. We staan liever tegen een vrouw aan dan met ons blote bassie tegen een andere man aan te rijden (zoals bijvoorbeeld bij andere niet nader te benoemen clubs als Ajax op Vak 425 het geval is), maar gasten: Als je vrouw niet meekomt om harder te juichen en gillen dan jouw: Laat haar dan lekker thuis. Beter nog; verbiedt haar gewoon te komen, en gun die seizoenkaart aan iemand die wél voor Feyenoord naar het stadion komt! Handbagage-vriendinnen hebben we niks aan bij de voetbal!

Mocht je onverhoopt toch graag met de vrouw naar het voetbal willen gaan: Ze zijn er wel degelijk, de echte ‘Feyenoord-chicks’. Wij kennen er genoeg die fanatieker zijn dan menige vent. Op een normale dag in de week zijn ze net zo in-to make-up en zakjes snoep en mode als elke andere vrouw, maar als Feyenoord moet spelen dan gaan alle remmen los: Zoals het hoort! Op ’t voetbalveld bij Feyenoord. Thans wil ik hier dan ook laten weten, dat elke Feyenoord-vrouw in ons stadion welkom is onder één voorbehoud: Mits, zoals beschreven in het volgende historische gedichtje, ze alleen van Feyenoord houdt:

LIEFDE

Zij was een lief en geestig meisje
Van negentien à twintig jaar,
Met kleine kuiltjes in d’r wangen
En permanent-geweefd blond haar.
Zij was sportief en vooruitstrevend,
Een frissche meid in daad en woord,
Des Zondagsmiddags zat zij immer
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord.

Niets kon haar van het spel weerhouden,
Of Moe ook zei, dat ’t zonde was,
Een meisje bij een voetbalwedstrijd
Is dégoûtant, ’t niet niet van pas,
Ons meisje met haar blonde haren
Raakte er toch nooit door verstoord,
Des Zondagsmiddags zat zij immer
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord.

Ze kende alle voetbalspelers,
Jaap, Bas, van Dijke, Piet, Toon, Puck,
Van Male met zijn lange grijpers
Vond ze een kaerel uit één stuk.
Als Feyenoord een doelpunt maakte
Dan plantte zich haar juichkreet voort,
Des Zondagsmiddags zat zij immer
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord.

Toen kwam z’ in kennis met een jonkman
(’t Was op een middenweekschen dag),
Waarin zij, Joost mag het begrijpen,
Haar toekomstigen huisband zag.
Eerst ging zij met hem naar ’t theater
En werd zoozeer door hem bekoord
Dat ’s Zondagsmiddags zelfs ontbrak zij
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord.

Haar liefde kwijnde echter spoedig,
Zoo gaat het hier op aard’ gestaâg,
Je denkt: het is een aardigheidje,
En gauw genoeg blijkt het een plaag.
De aap kwam uit den mouw, zij weende
In een zeer droef gestemd accoord,
Want ’s Zondagsmiddags zat zij nimmer
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord.

Wat was ’t geval? Ach, niks bijzonders,
Maar haar geliefde was geen Feyenoord man,
Van Voetbalregels, voetbalspelers,
Daar wist-ie zoo gezegd niks van!
Ze vroeg hem: “Ken je Bul of Hendriks?”
Nog nooit had hij van hen gehoord,
Want nooit zat hij des Zondagsmiddags
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord.

Zijn voetbaldomheid werd zijn ong’luk,
Omdat hij niets om voetbal gaf.
Deed zij iets, wat hij zeer betreurde,
Ze gaf hem zijn congé … ’t was af!
Hij ging zijns weegs in diepe droefheid,
Bij haar was ’t sportlicht weer ontgloord,
Zij zat weer oolijk ’s Zondagsmiddags
Op ’t voetbalveld bij Feyenoord!

Juni 1933 – Phida Wolff Jr.

De dapperste der voetbalvolkeren

Als het Hand in Hand, Kameraden klinkt weet elke Nederlander welke club in town is: Dát is Feyenoord. Toch als je het mij vraagt is het niet het hand in hand, kameraden wat de harten der Feyenoorders sneller doet kloppen. Geen woorden maar daden is de zinsnede die het verschil maakt in ons clublied. De zinsnede die ervoor zorgt dat Feyenoord boven de gemiddelde club met een sok en een oude voetbalschoen uitsteekt. Rotterdam is sterker door strijd. Feyenoord is geen woorden maar daden. Een combinatie die voor passie, kracht, eendracht en macht zorgt.

Machtig is ook het Feyenoord Legioen. We kunnen alinea’s vol schrijven over de unieke sfeer in onze prachtige Kuip die in geen ander stadion ook maar een beetje geëvenaard kan worden, maar dat doen we niet. We kunnen alinea’s vol schrijven over huldigingen die honderdduizenden mensen meer (!!) op de been brengen dan bij andere clubjes in Nederland. Er zijn zoveel dingen die gekker, groter, beter zijn dan bij andere clubs… maar al die ‘standaard’-argumenten wil ik het nu niet over hebben!

Wat Feyenoord voor mij zoveel meer maakt dan de rest is niet alleen het unieke veelkoppige monster in De Kuip, maar is terug te vinden in die kleine groep supporters op de Oost-Tribune in Arnhem gisteren. Voor elke andere club is het ondenkbaar dat het gebeurd: een vol uitvak. Feyenoord is (al jaren) de enige club in Nederland die het uitvak wekelijks vol krijgt. Tussen alle debiele combi’s, APV’tjes en verordeningen door is dit al een prestatie op zich, maar Het Legioen doet er de laatste jaren gewoon nog een schepje bovenop: Buiten het volle uitvak reist er een groep van – afhankelijk van mogelijkheden – tientallen tot honderden supporters mee die de pure normalisatie nastreven: Kaartje kopen. Naar binnen zonder combi en gezeik. Beetje ouwehoeren met de locals. Biertje drinken. En je club aanmoedigen… in een thuisvak, want de clubs en overheden met hun voetbalwetten maken het in een uitvak onmogelijk. Ter uwer beeldvorming: ‘Harde Kern’ als in Rotterdam Hooligans zijn het niet (allemaal), maar zonder risico is het ook niet. Al bij menig clubje is het acceptatie-niveau van het thuispubliek door het vele jaren ‘uitvak betutteling’ gedaald tot onder het niveau van normalisatie. Men zeurt bij politie en stewards over de aanwezigheid van Feyenoorders in de thuisvakken. Razzia’s, controles, deportatie, klopjachten… Feyenoords Losse Kaarten Groep (FLKG) heeft het er niet makkelijk mee. Hoewel ze het gelijk volledig aan hun kant hebben, zit er een verschil in gelijk hebben en gelijk krijgen. Instanties die strooien met termen als ‘respect’ en ‘normalisatie’ met de KNVB en Feyenoord voorop laten deze groep normaliserende pioniers keihard vallen. Werken hen zelfs tegen. Kortom: Het is David vs. Goliath. Een kansloze strijd, maar eentje die al enige jaren onverminderd uitgevochten wordt. Respect moet je niet krijgen. Respect moet je verdienen. Het is een kenmerk van de Feyenoorder die zich steeds vaker uit in geen woorden maar daden. Ondanks de risico’s zijn ze er gewoon. Een uniek kenmerk voor de Feyenoorders, want er is geen enkele andere club in het hele land waar dit soort dingen zich voordoen. Dat maakt Feyenoord uniek. Het zit ingebakken in de eeuwenlange strijd van de Rotterdammers: Op zoek naar de overwinning. De smaak van bloed zweet en tranen.

De grootsheid van de oorspronkelijke Rotterdammers gaat ver terug. Wie de geschiedenisboeken erop na slaat, leest in de memoires over de oorlog met de Galliërs (Commentarii de bello Gallico) van Julius Caesar het volgende: ‘Op een eiland daar waar de Maas en de Waal bij elkaar komen, wonen de dapperste der Galliërs’. Hij doelt hier op de Bataven. De oorspronkelijke bewoners van de Rijndelta. Het is op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen dat één van de machtigste leiders uit de historie speciaal de moeite neemt om op te tekenen dat de moedigste mensen die hij ooit tegen kwam aan het einde van de riviermonding woonden. Het kennisniveau was toen natuurlijk nog niet zo goed als nu, dus zetten wij een historische fout bij deze even recht: Julius Caesar bedoelde natuurlijk te zeggen dat de dapperste der volkeren op een eiland woonden daar waar de Rijn en de Maas bij elkaar komen: Daar ligt namelijk het eiland IJsselmonde. Ten tijde van de Romeinen eindigde de rivieren waarschijnlijk in de knik voorbij de Brienenoord… en daar lech dus nou net ons mooie Feijenoord!

Wat je hiervan ook denkt: Één ding is zeker: Feyenoord wint zelden een beker Feyenoorders zijn de dapperste der voetbalvolkeren! Uniek in woord en daad. Beroemd én berucht in de hele (voetbal)wereld. De mooiste club van allemaal.

Club van geen woorden maar daden! Feyenoord leeft. Feyenoord gloort!

Een stelplaatje van 2,3 miljoen euro

Nog niet zolang geleden werden wij verrast met de ontwikkelingskosten die tot nu toe zijn gemaakt voor Het Nieuwe Stadion (HNS). Stadiondirecteur van Merwijk liet teleurgesteld optekenen dat de ontwikkelingskosten tot op heden een kostenplaatje (leest u gerust: kostenplaat) vormen van maar liefst 2,3 miljoen euro. In de miljarden-wereld van de voetballerij stappen mensen daar echter alweer snel overheen. Toch wil ik daar vandaag nog even op terug komen. Vandaag viel namelijk bij de leden van de FSV het cluborgaan in de bus. Hierin heeft de vereniging Supporters Steunen Feyenoord (SSF) een melding voor alle Feyenoord-Supporters laten optekenen. De SSF zal voorlopig een tweede inzamelingsactie afhouden omdat HNS ‘niet is doorgegaan’. Hoewel de SSF helemaal geen geld wilde ophalen voor HNS, maar voor een nieuw trainingscomplex op zo’n kilometer afstand van De Kuip, heeft Feyenoord’s clubleiding laten weten geen behoefte te hebben aan geld voor een trainingscomplex. Zeker niet nu HNS geen doorgang zal vinden. De clubleiding heeft volgens het bericht bij de SSF aangegeven dat er geen Plan B is nu HNS afgeschoten is. Men zal gaan bekijken hoe HNS toch alsnog doorgang kan vinden óf dat men zal blijven in het huidige stadion. Wij citeren: “De club wil geen actie ondernemen die een toekomstig nieuw stadion plan kan dwarsbomen”.

Hand in Hand, Nr. 2 Oktober 2013 - Stukje SSF editorial

Even een stapje terug!

HNS werd zoals wij allemaal weten neergesabeld door de gemeente. Kort in één mooie volzin: De VVD dacht nog heel tactisch het plan terug te trekken, maar toen Feyenoord’s clubleiding besloot om niet met een bericht te komen waarin ze de plannen zouden gaan evalueren, liet de VVD geïrriteerd optekenen in het Algemeen Dagblad dat de, en we citeren, “Autistische clubleiding zich voorlopig niet meer hoefde te laten zien”. Neergesabeld dus. Armen eraf. Benen eraf. Kop eraf en in de kliko ermee. Het HNS-plan was inhoudelijk niet goed genoeg, onderzoeken waren niet gedaan en mondelinge onderbouwing ontbrak volledig, sterker nog: Echte onderbouwing werd continu vervangen door vermoeiende luchtfietserij als; “zonder HNS worden we nooit meer kampioen”, “we eindigen in het rechter rijtje zonder nieuwbouw” en het ultiem domme: “Feyenoord, zonder nieuw stadion een middenmotertje”. Ja, zelfs vlak na het nekschot voor nieuwbouw spraken zowel Ronald Koeman als Martin van Geel er schande van. Feyenoord’s accommodatie was namelijk niet meer topsportwaardig…

Alinea 3. Waar twee verhalen samenkomen.

Hoeven wij niet meer dat gejank te luisteren als “zonder HNS eindigen we in het rechterrijtje”

– Ja toch?! Niet dan?!

In alinea 1 van deze column las u dat Feyenoord geen interesse heeft in een opwaardering van de trainingsaccommodatie, omdat HNS geen doorgang heeft gevonden. Hierdoor verbindt de clubleiding de sportieve toekomst van Feyenoord dus direct aan een nieuw stadion. Ja, zo komen we wel in dat rechterrijtje terecht inderdaad! Wie realistisch naar de situatie kijkt moet Koeman en Van Geel natuurlijk gelijk geven. Het is te zielig voor woorden dat een club als Feyenoord geen echt trainingscomplex heeft. Dit staat echter, in tegenstelling tot wat de clubleiding wil doen geloven, totaal los van een nieuw stadion óf renovatie. Sportieve aspecten of de wijnkelder (da’s luxe praat voor “opslaghok voor pallets met pakken Aldi-wijn”) die te klein is zijn twee totaal verschillende werelden binnen de club. Sterker nog: Door deze houding staat een nieuw stadion de sportieve toekomst van de club juist in de weg! Of nog gekker: Het plan HNS koste tot dusverre al zo’n 2,3 miljoen (wat best duur is voor een plan zonder achterbanonderzoek, zonder onderbouwing, zonder ontwerpen en zonder planinvulling)…

Voor die 2,3 miljoen had Feyenoord een (heel groot) begin kunnen maken aan een trainingscomplex dat mooier is dan die van alle andere Eredivisieclubs bij elkaar. Dan hadden wij niet al twee jaar naar dat gehuilebalk hoeven te luisteren met nonsens-teksten als “zonder HNS eindigen we in het rechterrijtje” en waren Martin van Geel, Koeman en de selectie gewoon dik tevreden met het nieuwe complex dat nu al in gebruik was geweest. Dit had in elk geval een stuk beter geweest dan die 2,3 miljoen uitgeven voor een boekwerkje wat ze nu in het Maasgebouw alleen nog kunnen gebruiken als stelplaatje om de boekenkast mee recht te zetten…

Of niet?